Gedichten

Zomaar een plek in Drenthe,
op de noordrand van de Bunneres
land gestuwd door gletscherijs
Sporen van de vloed van smeltwater
In een drooggevallen rivierbedding
de herinnering aan water

Waar de boeg van een stenen boot zich ten hemel heft
verzamelt het doopvont opgeheven water en sanctioneert de sapstroom het leven

Tijd gemeten in licht
Daglicht verstrijkt elke dag
daglicht verstrijkt elke dag een beetje anders
Elke dag volgt de zon een ander parcours langs de hemelboog
Stonehenge mat de tijd in steen
Hier kiert het ochtendgloren van de langste dag over de bronsteen
en laat de scherven schateren

Deze plek haakt aan de oneindigheid
Vergezichten tot die bomenrij
De hemel weerspiegelt in het opgeheven water
Op stenen tafels markeert een lichtfeest
de zonnewende van midwinter

Seizoenen kleuren de tuin
In rood en goud gloeit de zomer
met oosters welbehagen
Bloemen, takken, bladeren,
alles feest mee
De noordenwind brengt een
huiver in de blauw-witte
voorjaarstuin

De Verborgen Tuin
Inkeer
Bezinning op de herkomst van de mens,
voor hij zijn leven vervolgt
waar hij even tot stilstand kwam

Spot aan, maak vrij baan
Als de eikenbloesem bloeit laat het morgenlicht de sliert van gouden bootjes dienen
Op 47 graden noordoost vervoeren zij de tijd dwars door de tuin
Eeuwige kringloop der seizoenen op eeuwig bamboe gevangen in een moment

De gradiënt kleurt de bloemenwei
Wat verbergt haar ondergrond?
Voel de gladheid van het opgedolven kienhout
duurzaam houtrestant uit het veen
gestapeld op de vondsten
uit het opgeschoven gletscherzand

Een gedachte rimpelt het water
Vogels schrijven hun naam tegen de lucht
Wortels laten hu sporen na vervlechten zich tot een kaart van wat eens was
Wie zal hem duiden?

De gestolde sapstroom spiegelt het aangezicht van de dood
Elders vlechten wortels een nest voor het nieuwe leven
Heuvels van dode materie broedplaatsen voor nieuw leven Iglo's van geborgenheid
De vogel, moe van haar vlucht, zoekt de rust

Boten verheffen zich op het land borgen de tijd
Het gestolde leven vervoert de herrinnering aan haar overvloed
Het nieuwe licht streelt de oude stenen van het hunebed

Onbarmhartig is deze grond,
armoedig was het bestaan vol onzekerheid, vol angst
In het Veen gepresonifieerd
Wat was het lot van het meisje van Yde,
voordat de schop van de veenarbeider haar trof?
Haar leren lijfje verduurzaamde als kienhout

Vele voetstappen zijn hier gepasseerd
Soms de klompen op weg naar de arbeid ontstegen naar de verbeelding
Harde arbeid van sjouwen,
wassen, inmaken
Kwam tot rust

De tijd stapelt haar sporen in de bodem
verkleurt de afzettingen tot spekkoek
Complementair in hun waarde het gat en het residu

Teilen gevuld met dromen kaatsen lucht en leegte terug
Ruimte